De Nationale W​etenschapsagenda, kansen voor WTC 

 

Hieronder vind je de conclusies die we als organisatoren trokken over de Nationale W​etenschapsagenda (NWA) op basis van gesprekken met de rapporteurs en de voorzitters van de verschillende sessies. Graag delen we deze conclusies met de rest van het WTC-veld.

 

De NWA liet mensen vragen aan de wetenschap stellen. Dat is vanuit wetenschapscommunicatie -oogpunt een goede vorm: 

  • De vorm is uitnodigend, open;
  • De vorm sluit aan bij de wetenschappelijke methode en biedt dus een ingang daarover iets uit te leggen;
  • Het resultaat laat zien wat er echt leeft, wat het niveau van het publiek is en daarmee waar voor wetenschapscommunicatie nog kansen/uitdagingen liggen; 
  • Goede vragen stellen blijkt behoorlijk lastig; hulp/training aanbieden bij het stellen van vragen is een goed idee;
  • Publieksvragen kunnen wetenschappelijk interessante onderzoeksvragen opleveren, maar vaak is dat niet zo. Toch zijn publieksvragen een goed uitgangspunt voor het geven van een maatschappelijk kader aan onderzoek, het creëren van draagvlak, het vinden van toepassingen etc.

 

De aanpak van de NWA is niet zonder risico’s. Let op:

  • Neem je publiek serieus;
  • Wees (dus) bereid iets te doen met de input die je krijgt: meepraten alleen is niet genoeg, je zult naar meebeslissen moeten;
  • Vraag door naar de vraag achter de vraag, want elke vragensteller vraagt vanuit zijn eigen ‘logica’;
  • De context schept verwachtingen en daar dien je rekening mee te houden;
  • De wetenschap is geen entertainment factory. Je dient goed om te gaan met verwachtingen van mensen wier vraag door de wetenschap oninteressant wordt gevonden;
  • Bedenk ook hoe je antwoord geeft aan mensen die vooral gehoord willen worden.

 

Wat biedt de NWA het wetenschapscommunicatieveld?

  • Aandacht voor wetenschap en vooral urgentie;
  • Daardoor kansen voor communicatoren om naar buiten te treden en onderwerpen te claimen;
  • Een aanleiding om samen te werken of juist werk te verdelen.


Wie moet over wetenschap communiceren?

  • Iemand die dicht bij de doelgroep staat of daar deel van uit maakt;
  • Boegbeelden, bekende namen als André Kuipers, Robbert Dijkgraaf;
  • Wetenschappers zelf (op festivals, via Twitter, op tv, etc);
  • Wetenschappers via tussenpersoon (Wetenschapsknooppunten, Kennislink, voorlichters, wetenschapsjournalisten).

 

Conclusies van de conferentie en adviezen aan de organisatie van de NWA:

  • Goed idee.
    Het is uit wetenschapscommunicatie-oogpunt goed dat er zoiets is als een Nationale Wetenschapsagenda waarvoor het publiek vragen mag indienen. De vorm van vragen stellen is een goede. Er is de eerste keer veel bereikt. Er zou continuïteit aan gegeven moeten worden.
     
  • Betrek ons.
    Betrek het Nederlandse wetenschapscommunicatie-veld eerder in het proces. Nu kwam de Agenda vrij plotseling tussendoor en moest er veel gepionierd en geïmproviseerd worden. Een eerste keer is dat wellicht nodig (anders was het mogelijk in de voorbereidingen blijven steken).
     
  • Wees transparant en beheers verwachtingen.
    Wees vooraf duidelijk en concreet over het doel van de agenda en over wat er gebeurt met de vragen. Maak duidelijk wat de context is en wat mensen kunnen verwachten als ze meedoen. Richt processen daarop in.
     
  • Bereik meer mensen.
    Je kunt met hulp van het wetenschapscommunicatieveld nog veel meer de mensen opzoeken: denk aan de Efteling, scholen, nog meer festivals etc. Maar maak duidelijk wat het grotere geheel is en waarom dat relevant is.

  • Schep ruimte voor context.
    Veel vragen zijn pas (echt) interessant als je de context van de vragensteller kent: de vraag achter de vraag. Geef indieners expliciet ruimte om die context toe te lichten bij de vraag en houd daarmee rekening in het vervolgproces.
     
  • Besteed separaat aandacht aan verschillende doelen.
    De verschillende aspecten van de Nationale Wetenschapsagenda (opstellen beleidsagenda, zoeken van draagvlak bij samenleving én politiek, zorgen dat wetenschap bij samenleving terecht komt) vragen ieder apart aandacht. Het vermengen van die verschillende doelen levert urgentie op, maar ook ruis. Hoeveel van de vragen zijn bijvoorbeeld door ‘de’(georganiseerde) wetenschap ingediend (al dan niet als zodanig gemarkeerd) en hoeveel door ‘nieuwsgierige of bezorgde burgers’?

 

 

 

event software
 event software